Glaucoom

Ara was er zelf nog niet eens geweest, of de ideeën over wie ze zou gaan worden hadden al aan de binnenkant van vele voorhoofden gekleefd. “In verwachting”, was haar moeder geweest. Iets meer dan negen lange maanden. Daar was het dus begonnen. Toén al was ze het personage in honderden boeken geweest, tóen al dachten mensen haar toekomst te kunnen vermoeden. Ze was bedacht geworden door haar omgeving, en ook na de geboorte zou ze nog voortdurend worden heruitgevonden. De persoon die ze zou denken te zijn, zou altijd slechts een doorsnede zijn van wat de anderen in haar zagen. Net zoals bij iedereen.

Na eenendertig jaren op deze wereld, meende Ara haar weg te hebben gevonden. In Het Land der Verwachtingen is de kameleon koning, dacht ze. Dus zonder kleur te bekennen, glipte ze van noord naar zuid en van oost naar west. Zo goed als ze kon probeerde ze te zijn wie ze dacht te moeten te zijn. Want de mensen wilden iets van haar, dat spuwden hun blikken. Het dampte in de lucht, sidderde door de straatstenen als kwam er net een trein voorbij. Maar ze wist begot niet wat en hoe. Er scheen een code te bestaan waar zij niet bij kon. Olleke bolleke riebesolleke, olleke bolleke knol. Telkens wanneer ze in de buurt verscheen, frommelde iemand het haastig weg. En ondertussen sloegen ze haar pogingen gade, keken smartelijk hoe ze de bal missloeg.

Dat was hoe het voelde. Ze moésten iets van haar. Ze waren Één Groot Oog, altijd op de loer. Het was Het Oog van een massa zonder gezicht, dat zich schuilhield achter elke hoek. Maar het was ook Het Grijnzende Oog van haar collega’s, wanneer ze ’s ochtends haar outfit uitkoos. Het Berispende Oog van haar moeder, als ze haar kinderen te bruut in bad zette. Het ontgoochelde Oog van haar vrienden, als ze ’s avonds besloot niet op café te gaan. Het Ongeleste Oog van haar man, als ze naakt in de spiegel haar sinaasappelhuid bekeek. Het was een Gigantisch, Genadeloos, Slorpend Oog.

Ze moest weg. Ara moest uit dat blikveld, dat haar steeds dieper de grond induwde. Als een kind, wilde ze zijn: ik zie hen niet, zij zien mij niet. Weg van iedereen, vrij van alle voorschriften. Dus liet ze alles achter. Ze begon te lopen, landen door en bergen over, tot ze alleen nog met zichzelf was. Ze zuchtte, dankbaar om het feit dat ze niemand meer moest zijn. En toen, vanuit een soort van niets, was het daar plots weer. Dat Onverbiddelijke Oog, hardvochtiger dan ooit. Priemend bij alles wat ze deed. Wat moest het hier? Er was toch niemand meer? Het zoog haar naar zich toe, maar ze draaide zich weg. Pas weken later, bekaf van het verstoppen, kon ze niet anders dan zich over te geven. Ze liet zich zinken in de blik die als een volgspot boven haar hoofd hing. En toen zag ze het. Midden in de iris, zat een meisje op een kruk. Geen vriend, niet haar kind, geen moeder, niet haar man. Het was Ara. Ze zat zichzelf te ver-wachten. Haar eigen potentieel uit de boom te kijken, tot het zijn houdbaarheidsdatum ver voorbij zou zijn. Het was alleen zijzelf geweest.

Het Oog knipoogde, en Ara lachte voorzichtig terug. Van ergens diep vanbinnen, kwam een meisje van haar kruk. Ze ademde diep, wierp haar armen in de lucht. Als een gordijn trok ze het ooglid zachtjes dicht.

oog3

Advertenties

2 gedachtes over “Glaucoom

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s