Wanneer gaan we nog eens fietsen?

“Geef maar hier”. Ik doe mijn kousen uit, doorweekt van de regen. Zij hangt ze over de verwarming. “Zo”. We zetten ons aan tafel met een grote kop thee. “Koekje?”

Ze is zachter gaan praten, bedenk ik me. Na 28 jaren merk je zo’n dingen. Ik bezocht haar al in ‘t moederhuis, zelf drie maanden op mijn teller. Sindsdien leefden we mooi synchroon. Zij twee grote broers, ik ook. Zij naar de muziekschool, ik ook. Zij bij de scouts, ik ook. We kochten dezelfde T-shirts. Werden verliefd op een duo beste vrienden. Kregen samen onze totems, stonden samen in leiding. Alles van waarde ervoeren we samen. Haar papa stierf vroeg, de mijne in hetzelfde jaar.

We hadden altijd naast elkaar gelopen, tot tien jaar geleden. Ik kreeg een liefje, zij nog niet. Het ging uit met mijn liefje. Zij kreeg een liefje. Ik kreeg een nieuw liefje, zij had haar liefje. Het ging uit met mijn liefje, zij had haar liefje. Ik kreeg een nieuw liefje, zij kreeg een man. Het ging uit met mijn liefje. Ik ging op kot, zij kocht een huis. Ik kreeg een nieuw liefje, zij had een man in een huis. Het ging uit met mijn liefje, zij had haar man en haar huis. Ik ging weg, voor een tijd. Zij bleef. Ik kwam terug. Zij had haar man en haar huis. En haar kind.

Ik weet nog toen wij kind waren. Dat ik in vriendjesalbums als lievelingseten “pannenkoeken” schreef, en zij dat dan overnam. Hoe stom ik dat vond. Ik weet nog toen we pubers waren. Dat een ander haar wispelturig vond, en ik dat dan overnam. Of dat ik wel eens roddels verkocht, terwijl ik wist dat zij dat nooit zou doen. Ik weet nog toen we groter waren, niet zo lang geleden. Dat ik haar zei dat we toch best anders zijn. Dat ik me afvroeg of we vriendinnen zouden worden als ik haar nu pas leerde kennen. “Ah? Jawel toch? Nee?” Meer zeiden we niet echt. Maar ik weet nog onlangs. Ze kwam erop terug. De woorden hadden haar diep geraakt. Dat speet me enorm. En toch…. Maar het doet er niet toe. We kennen elkaar en ze hoort bij mijn leven. Ik was lang weg. Ik heb heel wat lagen van me afgepeld, maar er zijn dingen die altijd aan je huid blijven kleven.

De thee is op, mijn kousen zijn droog, onze levens weer eens doorgenomen. Ik ga. Net voor ik op straat sta, huilt haar dochter. Net voor ik de deur sluit, kijk ik in de toekomst. Hoe wij met drie rond de tafel zitten. Twee vrouwen en een meisje. Thee, koekjes en natte sokken. Hoe zij en ik vertellen van vroeger. Dat we winkeltje speelden als motief om chocolaatjes uit de kast te stelen. Dat we gingen minigolfen op de dag van de begrafenis van haar voke, en zij haar club in de bosjes smeet. Dat we vijf keer “Nothing Hill” keken, en altijd weer in slaap vielen. Dat we om de zoveel maanden weer eens “Smellory” speelden, terwijl die geuren al jaren vervallen waren.

Sommige dingen zijn onsterfelijk.

cafeine

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s