Moe, moeder.

Of ik drugs nam, wilde hij weten. Nee. Of er misschien iemand iets in mijn drankje had gedaan? Onmogelijk. Niet gefeest het afgelopen weekend? Nope. De lange witte jas met bril erbovenop staarde lang naar de cijfers op het blad. 1365. Dat was veel. Zeker gezien de bovengrens van 32. Op school zou zo’n prestatie heroïsch geweest zijn, maar voor deze test bleek ik resoluut gebuisd. Mijn lever had gefaald. Na nog wat gissen en missen viel uiteindelijk de diagnose: auto-immune hepatitis B. Het kind had een naam. Mijn kind.

Ik was 16,5 en een slechte moeder. Ik wilde geen kind. Zeker dít kind niet: weerbarstig, opdringerig, assertief, agressief. Het kwam ongevraagd mijn leven binnen en ging genadeloos in de aanval. Maakte mijn lever kapot, legde mijn hele wezen lam. Ging los tegen mijn stroming in. En trok een dik rood kruis over mijn zelfverzonnen toekomst, bijeengedacht door de stemmen in mijn hoofd. De toekomst waarin ik Iemand zou Zijn. Waarin ik zou buigen voor de mensheid, maar enkel onder luid applaus. Waarin ik mijn ego alle groeikansen zou bieden. Die luchtbel van een toekomst waar ik zo op was gericht.

Het kind moest weg. Zo snel mogelijk. “Hmmm…oeilijk”, aldus de witte jas met bril. Maar verstopt, verdoken, verdrongen moest wel lukken. De wetenschap kon veel. Hij schonk me doosjes cortisone: bijzonder effectief tegen dwarse kinderen. Houdt ze klein, drukt ze plat, verloochent hun bestaan. En inderdaad. De schreeuw om aandacht werd gewetenloos gesmoord. Het kind in mij verdween. Jaren en jaren en jaren.

Jaren en jaren kropen voorbij. De cortisone kwam haar tol eisen: vochtophoping, broze spieren, blauwe plekken, dunne huid. Dit was ook niet wat ik wou. Ook dit moest weg. “Hmmm…oeilijk”, aldus de witte jas met bril. Nu ook met mond vol tanden. “Heel moeilijk.” Ik had maar één keuze. Minder cortisone, meer kind? Minder kind, meer cortisone? Ik wikte en woog en nam een flink besluit: minder cortisone, meer moeder. Zo hoort dat, als je ouder bent.

Ik leerde ze tot stilte manen, de stemmen in mijn hoofd. Ik leerde luisteren naar dat kind van mij. Horen wat het te zeggen had. Zijn bestaansrecht te omarmen. Want ja: het was ongevraagd mijn leven ingekomen. Had mijn lever kapot gemaakt en heel mijn wezen lamgelegd. Maar het was niet gekomen om te vechten. Het kwam om te beschermen. Om de strijd te staken die al lang in mij woedde. De strijd van wie ik kon zijn versus wie ik dacht te willen zijn. Mijn kind kwam om te breken. Mijn zelfverzonnen toekomst. Mijn dammen. Opdat ik eindelijk zou stromen. De enige juiste kant uit. Weg van alle weerstand.

Ik dacht dat ik een doder had. Lang leve mijn lever.

voorine

Advertenties

5 gedachtes over “Moe, moeder.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s