Van Cafeine tot Collectief Ablatief

Schermafbeelding 2018-10-29 om 15.59.05

Lieve volgers,

Het is jullie allicht niet onopgemerkt gebleven: Jasper en ik zijn al een tijdje gestopt met bloggen op deze site. Maar… we zijn níet gestopt met creëren. Integendeel. Onze samenwerking is intussen een onderdeel van “Collectief Ablatief“, een bundeling van bewuste makers. We maken nog steeds posters en postkaarten (binnenkort weer nieuwe!) en hebben daarnaast verschillende andere spannende projecten en ideeën.

Bij deze wil ik jullie van harte uitnodigen op de voorstelling “Puzzel Mij”, die we op 2 december met Collectief Ablatief spelen in De Theatergarage, Borgerhout. Het is een voorstelling met mijn tekst, muziek van Sebastiaan Simoens en beelden van Jasper. We werden voor deze voorstelling gecoacht door Peter De Graef (een fantastisch proces!) en gingen in première op het MoMeNT-festival in Tongeren, afgelopen zomer. Meer info over de voorstelling, vind je hier.

Wil je in de toekomst graag op de hoogte blijven van ons werk? Laat even iets weten (als reply of via info@collectiefablatief.be), dan sturen we je graag onze nieuwsbrief.

We kijken uit naar een blij weerzien met jullie!

Liefs,
Ine

Col6 A6 tekst

Advertenties

Liefkiezen.

Op het podium van het leven
stond jij met al je charme
onder eindeloos applaus
van honderd miljoen armen
en ik van ergens stil verstopt op een verdoken rij
ik kon er niet bij
ik kon er niet bij
ik wou zo dat je koos voor mij

Dus ging ik dammen voor je breken
bruggen voor je bouwen
de trots zijn van je branding
en dan je zachte landing
tot ergens op een stille nacht jij insliep aan mij zij
en ik kon er niet bij
ik kon er niet bij
dat jij plots zomaar koos voor mij

maar nu ik je heb gewonnen
kan ik enkel nog verliezen
wetende dat elke dag
je voor iets nieuws kan kiezen
hoe kan ik vredig naast je leven hoe koop ik mij weer vrij
ik kom er niet bij
ik kom er niet bij
oh toe mijn liefste kies voor mij

oh toen mijn liefste garandeer
oh toen mijn liefste zweer
oh toe zeg het mij duizend keer
kom maar bij mij
kom maar bij mij
kom maar bij mij

oh toen mijn liefste garandeer
oh toen mijn liefste zweer
oh toe zeg het mij duizend keer
dat je alleen nog leeft voor mij
dat je alleen nog leeft voor mij
dat je alleen nog leeft voor mij

songtekst

Koorddans

2 januari 2018. Een nieuw jaar. Ik zit op het vliegtuig naar Tenerife, met El Hierro als uiteindelijke bestemming. Drie jaar geleden in november was ik daar ook. Vorig jaar in december opnieuw. Telkens met hetzelfde doel: even weg. Ver weg van alles, dichtbij mezelf. Luisteren wat ik hoor als de wereld rond mij zwijgt.

En ja, ook nu. Ook nu zoek ik rust. Ook dit jaar wil ik even mijn Belgische web uit. De draden met het thuisfront doorknippen. Maar er is één groot verschil: ik heb een man aan mij zij. Het is de man die ik bemin met heel mijn hart. Met wie ik van navel tot navel, hart tot hart, hoofd tot hoofd verweven ben. Hij die ziet waar mijn draden spannen, zijn scherpe blik op mijn knopen legt. Mijn lief. Mijn suikerspin.

Dus ja. Hoe moet dat dan. Dat web uit. Weg van alles, behalve van mijn spinnende man. Hoe gaat dat dan. Alleen zijn, én samen. Dichtbij mezelf, én zijn huid rond de mijne. Voldoende ik, en heerlijk veel wij.

Ik ga het ontdekken. Op drie weken tijd. Dit is mijn tocht. Mijn grote queeste. Balanceren op het koord. Dansen met de draden. Het is één grote evenwichtsoefening en dat zal het altijd zijn. Ik kan maar beter de vreugde leren vinden in de oefening. Hier. Nu. Dat is de kunst. En waar leer ik die beter dan op een plek zonder vaste bodem.

2 januari 2018. Op naar El Hierro.

jaaroverzicht

(Collage van 2017)

Nooit alleen maar zwart of wit.

Ik stap onder de douche, net thuis na een intense dag familieopstellingen. Ik denk na over de woorden die ik vandaag heb meegekregen. Over de raad me te verdiepen in de  MIR-methode, en meerbepaald stap 3.

Over een uur zullen mijn lief en ik restaurant De Rosenobel binnenlopen. Een vrouw zal naar ons toekomen, ons vriendelijk gedag zeggen. Haar blik zal van mijn ogen tot op mijn schouders glijden. Daar zal hij even blijven hangen. “Die sjaal…”, zal ze zeggen, en dan even stokken. “Mijn moeder haakte vroeger van die sjaals!” Ze zal haar armen uitsteken. Met beide handen voorzichtig het gehaakte kledingstuk strelen, het karakteristieke patroon nauwkeurig in zich opnemend. “Goh.” Dan zal het even stil zijn. Haar blik vol gedachten. “Zou dat nu kunnen dat… Amai, da’s raar. Heb je die…” “…in een tweedehandswinkel gekocht”, zal ik haar aanvullen. “In Brussel, wel.” “In Brussel. Ja.” Ze zal verzuchtend knikken. Tranen doorslikken.

Ik kom uit de douche, kleed me aan. Doe de deur achter me dicht, stap op mijn fiets.

Dat het niet de bedoeling was geweest, zal de vrouw nog zeggen. Dat haar moeder vijf jaar geleden is gestorven. Dat het zo’n bijzondere vrouw geweest was. Dat ze twee van haar sjaals altijd bij heeft gehouden. Zwarte. Dat de witte bij de opruim verkeerdelijk terecht moet zijn gekomen, bij de weg-te-geven-spullen. “Oei…,” zal ik zeggen, met een schuldige blik.  “Nee nee,” zal ze me invallen, “hij is van jou nu. En da’s goed.”

Ik kom aan bij het restaurant, iets te vroeg. Zet me op de stoep, wachtend op mijn lief. Denk nog eens na over de woorden die ik vandaag heb meegekregen. Over de MIR-methode, en meebepaald stap 3: loskoppelen van de moeder. Loskoppelen van de moeder.

Mijn lief parkeert z’n fiets, loopt naar me toe. Samen stappen we het restaurant binnen. Een vrouw komt naar ons toe, zegt ons vriendelijk gedag. Over tien minuten zal ze ons een fles bruiswater brengen. Samen met vijf woorden.

“Koester ze maar, je moeder.”

23336531_10155791204573766_1798027767_o

Proloog van het Ongeschrevene

“Katrien”, dacht mijn moeder.
“Ine”, zei mijn vader.
Mijn vader heeft mijn naam gekozen.

Ik heb altijd al krukken gewild.
Been in de gips.
Een hoek eraf.
Voet stuk.
Op een voetstuk.
Iemand willen zijn.
“Kijk”, zouden ze zeggen,
“die heeft iets!”

Ik heb iets.
Geen krukken, geen plaaster,
niet eens een pleister.
Een grote zwarte bal
kolkend in mijn lijf.

Ik kan alleen nog maar
mezelf te pletter schrijven.
Met letters de brokstukken m’n ziel uit stuwen
het is alles wat ik kan doen om
in leven te blijven.

Zul je luisteren, mijn lief?
Ik zal je vertellen
wat nooit is gezegd
Je mag me zien.
Je moet me zien.
Voor ik mezelf
mijn graf in vecht.
Het is mijn plicht
jouw recht.

Zul je van me houden, mijn lief,
ook na deze woorden?
Hou van me.
Beloof me dat je van me houdt.
Dan zal ik je vertellen.
Alles wat ik niet kon zeggen
niet kon uiten.

Ine.
Mijn vader heeft mijn naam gekozen.

proloog