Lied voor morgen

als ik het wist
ik schonk je zo
datgene wat je wou

een oud verhaal
een koek
een kooi een vlinderdas
een schone lei een kast-op-maat
een leeuw of toch
een prooi

als ik het wist
ik schonk je zo
precies dat wat je wou

een rode draad een lied
voor morgen vruchtensap
een heden
een laars met plas een vrije dag met
honderd uren
gras van bij de buren
een vlag een trap een pa die praat
een reden

als ik het wist
ik schonk je zo
alles wat je wou

(en maakte onderweg
-na avondzoen, voor dauw-
vrijwel onopgemerkt
mezelf tot je
vrouw)
alsikhetwistzwartwit

Advertenties

EXTRA: #throwback28

Afgelopen weekend werd Ine 30. Net wat ze wou.
Bij wijze van traktatie, eentje uit de “oude” doos:



Achtentwintig.
(12-08-2015)

Dat is vier keer zeven, zeggen de tafels. Dat is precies wat ik nu ben, zeg ik. Het zit me als gegoten. Mijn mond en mijn benen, mijn tenen, mijn vingers: allen zijn ze achtentwintig. Mijn buik, die wel eens navelstaart en waar vlinders te snel sterven. Mijn ogen, vaak gesloten. Mijn keel, die ik moet openzetten opdat de dingen van mijn hart naar mijn hoofd zouden stromen. Dat moet ik nog leren.

Zeven keer vier, zeggen de tafels. Meer dan wat ik had, zeg ik. En minder. Ik heb een hoop gewonnen: geloof in dingen, spullen, mensen. Ik heb ook veel verloren: geloof in dingen, spullen, mensen. Er is alles wat ik in mijn handen hou omdat er al te veel van tussen mijn vingers is geglipt. Handen die ik tot vuisten sluit om op de tafel van potverdekke te slaan. Ik hou ze beter op een kier. Dat moet ik nog leren.

Ik pas al lang niet meer aan de tafel van twee. Ik ben gegroeid tot ik volgroeid was en toen groeide ik nog voller. Nu groei ik uit mezelf, van tijd tot tijd. Of uit elkaar, met anderen. En soms ben ik té groot. Dan hoef ik iemand groter die me zegt wat ik niet mag. En dat ik dan luister. Soms ben ik te klein. Dan hoef ik iemand kleiner die me toont hoe groot de wereld is. En dat ik dan kijk. Ik ben reuzig én peuterig. Stoer en slap. Lieflijk en schofterig. Mijmerend en vlak. Veel en weinig. Ik ben altijd met twee. Gezellig, maar dat moeten we nog leren.

Ik heb al iets geleerd. Ik heb geleerd dat ziekte maar een woord is zoals een stoel ook best een boot kan zijn, als je dat wil. Ik heb ook geleerd dat het niet waar is dat je jaren zomaar krijgt. Je moet er iets voor doen. Er zijn, de dingen nemen hoe ze komen, er het jouwe van denken, jezelf in bochten wringen om je daarna weer uit de knoop te halen, de wereld in stukjes breken en dan de puzzel leggen. Opnieuw en opnieuw en opnieuw. Tot je er iets van krijgt.

Ik kreeg vandaag een pakje. Het was achtentwintig.

Net wat ik wou.

14184293_736767073129557_7469484284532888408_n

 

Als ’t je belieft.

als pijn
een meisje zou zijn
zou je haar dan binnenlaten
haar aankijken
haar haren strijken
en zalvend met haar praten?

als pijn
een klein konijn zou zijn
zou je het de lucht in tillen
neerleggen
en lachend zeggen
hoe kon ik joú nu ooit niet willen?

als pijn
je eigen kind zou zijn
zou je ’t in je hart toestaan
zo beslist
dat je het mist
als ’t voor even weg zou gaan?

20170630_081515

maar kijk.

ik wil u iets vertellen
wat nooit gezegd is
in mijn woorden
iets wat gij
tenzij van mij
nooit zult lezen
nooit zult horen

ik wil uw
revelatie zijn
de spatie in uw drukke dagen
ik wil dat gij aan mij
de weg naar overal
komt vragen

en dat ik u dan toon
dat overal
waar gij ook gaat
de straat dezelfde verzen praat
en gij dan ziet:
ik wist het niet
maar kijk hoe schoon
de dagen

ikwiluietsvertellen

wildernis

de wereld is een wildernis
van wensen, drang, verlangen
maar zelfs de meest bekwame jager
kan wild geluk niet vangen
dus stop ik maar voorgoed met willen
en niet-doorvoelde dromen
wie weet krijg ik niet-willend wel
wat altijd al moest komen.

Wildernis