Leen.

(Een tijdje geleden won Leen Bastiaenssen onze eerste Facebookwedstrijd. Onlangs gingen wij gewapend met vragen, notitie- en schetsboek bij haar langs voor een poëzie- en beeldportret. Vandaag het resultaat!)

Leen.

haar buik is rond
zoals de wereld
waarin zij onbezwaard verblijft
en als met potlood op papier
de dagen naar zich toe schrijft
.
van cake schijnen de handen
waarmee ze ‘t allerdaagste doet
in het huis waar wordt gefezeld
“het is goed zo, het is goed”
.
wie binnen wil
moet zachtjes kloppen
roepen breekt haar gevel niet
maar ook in stilte rijst de vraag
hoe zij De Dingen ziet
.
de toekomst vindt ze
heeft twee kanten;
dromen zijn een koestbaar goed
maar “morgen” is niet meer
dan een woord met overmoed
.
en zo verschoof ze zonder plan
getild door een beminde man
van kantlijn richting piedestal
waar zij vervolgens doodgewoon
een bedje maakte
voor een zoon
.
en waar ze nu de dagen telt
van weer een dag naar nog één meer
tot haar ronde buik straks smelt
voor een tweede miniheer
.
van op haar sokkel zal ze vieren
haar megamonopolie
de mannen hebben ’t grootst geluk:
als vrouw telt zij
voor drie.
.

Ine Verhaert
20-03-2017

2017-04-08 20.44.35

Jasper De Ridder
20-03-2017

 

Advertenties

KLEINE MAN II

(Uit: “Grote jongen, kleine man”)

Jij huilt mij uit mijn voegen, kleintje. Het spijt me, maar ik moest. Morgen ben ik terug. Ik kon niet meer met jou vandaag. Jouw krijsen zuigt me leeg, ik moet mezelf weer vullen nu. Even niet met jou, één nacht schenk ik mezelf. Oh help, mijn borst begint te lekken. Er is er maar één die mijn moedertranen op kan vangen. Waar ben je als ik je nodig heb? Ik kan niet zonder jou verdomme. Mijn klein reusachtig babymonster.

Weet je wat het is, lief ding? Het is dat web waarin we zitten. Jij en ik en alle anderen. Het gaat nooit over twee personen, het gaat om wat er tussen hangt. Een draad die trekt en duwt en spant en lost. Die zich het hardst laat voelen hoe verder weg je gaat. Voel je het? Die rekt en rekt totdat hij springt. Huil niet liefje, toe. Luister.

Het is dat web waarin we zitten. Het wordt groter en groter en het kleeft je leven vast. Altijd komen er draadjes bij. Er zullen hongerige mensen je leven binnensluipen. Ze zullen van alles van je willen. Ze zullen hun draden rond je nek spannen en zich nestelen in je web. Daar zullen ze eindeloos aan je trekken. Maar draadjes zijn maar draadjes schat. Ik wil dat je dat weet.

Moed laat zich tonen in de vorm van een schaar. Wie dapper is, die knipt. Want ja, liefje, dat kan. Een draad is zo kapot. Het hoeft ook niet alleen. Soms doe je het samen, met een knipje pal in ’t midden. Dan is het mooi geweest, en klaar. Moet je elk een andere kant weer op. En soms… dan doet de ander het. Verdwijnt voorgoed. Dan loopt die draad van aan jouw lijf, voorbij het midden, tot daar waar hij nooit stopt. Het zijn die draden die het hardst achter je aan blijven slepen.

Maar ook die kan je knippen, petieterige tranenman. Je kan jezelf bevrijden. Weg uit dat web. De draadjes losmaken, zodat het lijntjes worden die je uit kan werpen wanneer je wil. En ook dan zal je bestaan, mijn schat. Ook dan ben je een mens. Misschien zelfs meer dan ooit.

Toe, niet huilen. Het leven is een suikerspin. Alles lost zich op.
En morgen ben ik terug.

kleine-man-2

Kraakvers

Klein lieverikje,

Daar ben je dan. Ze hadden wel honderd zaadjes geplant, uiteindelijk werd jij geoogst. Ik vraag me af waar je vandaan komt, en wat je er gezien hebt. Ik vraag me af waar je naartoe gaat, en wat je ons zal tonen. Ons. Wij. We zijn met zovelen. We willen allemaal van je houden. We willen je allemaal voeden, zonder te weten welke aarde het meest voedzaam voor je is. In gedachten plukken we je vruchten al, zonder te weten tot welke boom je zal groeien. Als een groene vlakte liggen de dagen voor je uit.  En toch ben je al geschreven.

Want we weten nog zo weinig, maar we hebben veel ideeën, en handen om je mee te vormen. Ik beloof je dat ik mijn best zal doen om niets op je lijf te schrijven. Ik zal de potloodlijntjes proberen te lezen die nu al op je huid gekribbeld staan. Ik zal er alles aan doen om ze niet onderhuids weg te stoppen. Samen met jou zal ik mijn uiterste best doen om dat potlood in de verf te zetten. Zo duidelijk dat niemand er nog naast kan kijken. Ik sta te popelen om je te zien. Zien wat je te tonen hebt, horen wat je te zeggen hebt. Zonder te denken dat ik het allemaal beter weet, met mijn volwassenenervaring. Ik zal daar niet altijd in slagen, en ik vraag je daar nu al een beetje vergeving voor. Ik heb zelf nog zo veel te leren, kleine man. Stiekem ben ik ook heel klein. Alleen een beetje groot verpakt.

Ik hoop dat ik de moed vind om je te leren dat deugnieterij geen kwaad kan en dat je best wel eens buiten de lijntjes mag kleuren, af en toe. Of kakmadam naar de slager mag roepen. Maar wat ik je vooral ook op het hart wil drukken, nu al ja, is dat je mama en papa ook twee mensen zijn. Twee kleine mensjes, groot verpakt. Dat ze evenveel recht hebben om te bestaan en om het beste uit hun leven te halen als jij en ik. Dat jij het -meer dan wie ook- in je hebt om massa’s kleur aan hun leven te geven, maar dat het niet jouw verantwoordelijkheid is om hun leven in te kleuren. Dat moeten ze zelf. Dat moeten we allemaal voor onszelf.

Dus, lieve kerel, volg vooral je eigen weg. Want kijk: we zijn met zovelen. We willen allemaal van je houden. Je zal eten wat we je voorschotelen, dagelijks uit je brooddoos. En op een dag zal je zijn wat wij van jou gemaakt hebben. En ook niet, lief kleintje. Je zal meer zijn dan wat wij denken, en tegelijk ook minder. Volgepropt, maar leger dan wat we hadden gedacht. Er zal nog massa’s ruimte zijn. En daar, daar waar niemand je geschreven heeft, zal jij je eigen verhaal doorlopen. Je zal je huid afleggen. Je geschiedenis gladstrijken totdat ze enkel nog een tapijt is waar je je voeten aan veegt voor je je huis verlaat. En in dat woordeloos bestaan zal je de letters zoeken om je eigen naam te schrijven.

Ik ben benieuwd hoe je zal heten.

dag-kleine-man