Kruimeldag

zo’n dag die rijzend nog onder mijn dons
haar fraaie vorm al toont
en ruikt naar verse taart
met kers

zo’n dag waar ik vol in wil bijten
maar die bij ‘t gulzig grijpen
om iets voor acht
al barst

zo’n dag waarvan ik had gedacht dat alles wel vanzelf
maar ik me rond een uur of elf verslik
in een minuut want alles veel te krap en lap
de zon al valt nog voor ik
pap kan zeggen

alweer zo’n prulledag
luchtledig in elkaar
gezakt

maar
ook alweer zo’n dag waarin verloren kruimels
mij sporen naar een huis
waar in jouw arm een restje deeg
dan toch zich bakt tot ovenvers
en alsnog voor het slapen
ter afronding
jouw kers
kers

Advertenties

De blues van oma

De blouse van oma is blauw. Daarom is het een blue-se. Ze mag geen andere kleuren want dan klopt het woord niet meer. Een roze blouse zou een “rose” worden, maar dat is al het woord voor een bloem. En een bloem is geen blouse.

Mijn oma is een gekke vrouw. Ze denkt in hokjes. Als er koekjes op tafel staan mag je een koekje maar als de koekjes in de kast staan mag je geen koekje. Soms neemt ze de koekendoos uit de kast terwijl ze vraagt of ik een koekje wil. Dan ren ik naar haar toe om een koekje uit de doos te grissen, maar dan kijkt ze me heel boos aan, geeft een tik op mijn vinger en loopt door naar de tafel. Pas als de doos op tafel staat, mag je een koekje nemen.

Soms komt oma bij ons thuis. Dan vraag ik of zij een koekje wil. En dan zet ik expres de koekendoos niet op tafel, maar hou ik hem in mijn hand. Ik breng hem zelfs helemaal tot vlak onder haar neus zodat ze zeker zou ruiken hoe lekker de koekjes zijn en ze niet anders kan dan er eentje te nemen. Maar nee. Dan kijkt ze heel bezorgd van de koekjes naar de tafel terwijl ik met de doos onder haar neus blijf vragen of ze een koekje wil en zij gekweld van ja blijft knikken. Want natuurlijk wil ze een koekje. Niemand wil zo graag koekjes als kinderen en oma’s. Ik begrijp maar al te goed hoe hard ze wil. En net daarom is het grappig. Mama vindt het niet grappig. Zij neemt de doos uit mijn handen, zet ‘m op tafel en verlost oma uit haar lijden.

Ik heb oma wel eens gevraagd of ze denkt dat koekjes in de kast of in je hand of in de winkel giftig zijn maar toen antwoordde ze met een lege blik.

Oma is een beetje raar. Ze draagt een blauwe blouse. Elke dag opnieuw. Ze heeft de blauwe blousenziekte. Zo heb ik het genoemd. Die lieve gekke koekjesoma. Het is niet makkelijk voor haar. Ze loopt vaak te zuchten. Te denken. Soms zelfs te huilen. Ze vindt de wereld “vol”, zegt ze. “Vol en veel”. Ze doet heel erg haar best om de wereld wat minder te maken. Dat ziet ze als haar taak. Enkel blauwe blouses. Enkel koekjes als ze op de tafel staan. Enkel worteltjes als er ook erwtjes bij zijn. Enkel post lezen op dinsdag en donderdag. Ze maakt het leven minder. Minder vol. En heel erg ingewikkeld. Als ik bij oma ben, wil ik alleen maar een koekje. Van koekjes word ik rustig. Oma ook. Zolang ze maar op tafel staan.

Mijn oma heeft de blouse. En later, als ik groot ben, ga ik er een liedje over schrijven. De blauwe blouse. De blouse van oma.

debluesvanoma