Body text

Ik heb mijn zinnen op jou gezet:

  • Je bent zo mooi
  • Ik wil me met je delen

en

  • Zoenen? Snel? Even?

Ik heb mijn zinnen op jou gezet.

Ze zijn
op je lijf
geschreven.

41

Advertenties

Lied voor morgen

als ik het wist
ik schonk je zo
datgene wat je wou

een oud verhaal
een koek
een kooi een vlinderdas
een schone lei een kast-op-maat
een leeuw of toch
een prooi

als ik het wist
ik schonk je zo
precies dat wat je wou

een rode draad een lied
voor morgen vruchtensap
een heden
een laars met plas een vrije dag met
honderd uren
gras van bij de buren
een vlag een trap een pa die praat
een reden

als ik het wist
ik schonk je zo
alles wat je wou

(en maakte onderweg
-na avondzoen, voor dauw-
vrijwel onopgemerkt
mezelf tot je
vrouw)
alsikhetwistzwartwit

“Nooduitgang gezocht” – het begin van een heldentocht.

Hallo? Hállo? Mag ik even jullie aandacht? HALLOOO? Kan iemand mij zeggen waar de uitgang is? IEMAND? Nee?

De uitgang. Ik loop er al jaren op te zoeken. Tussen mijn hersens, langs mijn keel, via mijn hart, door mijn buik. Tot helemaal in mijn tenen. Ik draai cirkeltjes in mijn lijf en ik kom er niet uit. Wie zou ik toch zijn buiten mezelf? Als ik mijn eigen uitgang had ontdekt? Kan ik hem bedenken, hem uittekenen en er dan doorheen stappen? Zou het zo simpel kunnen zijn?

Ik ben op tocht geweest. Ik heb het gevraagd aan iedereen die ik tegenkwam. Eerst bleef ik een tijdje in mijn hoofd hangen, maar daar liep ik tegen muren. Het enige antwoord dat ik kreeg, kwam van mijn eigen echo. “Waar is de uitgang?”, vroeg ik. “Waar is de uitgang?” antwoordde ik. En dan luider: “WAAR IS DE UITGANG?”, vroeg ik. “WAAR IS DE UITGANG?”, antwoordde ik. Tot op een dag de muren braken onder al dat geroep. Ik schopte stenen en brokken geschiedenis opzij, slikte mezelf in –nadat ik eerst enkele maanden op mezelf had zitten kauwen- en schoof zo in de richting van mijn hart. Daar was alles warm en zoet. Er zat een vrouwtje aan de kachel met thee en koekjes en ik ging aan haar knieën tegen de schommelstoel zitten, mee naar het vuur kijkend. Het was er zo goed dat ik bijna vergat wat ik zocht. Maar goed gaat ook vervelen. Dus nadat ik weken wat moed van het tapijt had geplukt, vroeg ik het haar: “Waar is de uitgang?”. Ze glimlachte en antwoordde zacht:

“Alles komt altijd goed.”

Het was niet eens een antwoord. Het was een stelling waar ik niets aan had, die me geen millimeter dichter richting uitgang duwde. Ik wilde niet dat alles altijd goed kwam want alles wás al goed en goed gaat ook vervelen. Dus ik vertrok. Ik had wat te verteren dus schoof verder richting buik. Zo kwam ik bij mijn lever terecht, alleen wist ik dat nog niet. Er lag van alles op. Een hele stapel woorden. Woeste woorden van “IK HAAT JE” en “IK BESTA WÉL” en “STOMME STOMME EGOÏST”. Als een toren lagen ze op elkaar en blokkeerden ze de weg. Wilde ik verder, moest ik iets met die woorden zien te doen. Eerst dacht ik ze op te eten, maar dat deed ik al eens eerder en dat had toen geen succes. Ik moest en zou ze naar buiten krijgen, dat was de enige weg. Maar ja. Ik wist niet waar de uitgang zat. En aan mijn lever iets vragen, bleek dus ook geen optie. Zo zat ik vast. Jaren en jaren. Geklemd tussen gegiste woorden. Met de tijd waren ze rijper en bitterder geworden. En bijtend, bijtend zuur. Wat moest ik? Ik kon nog maar één kant uit: terug vanwaar ik kwam. Het vrouwtje in mijn hart. Maar ik wist al wat haar raad zou zijn. Vier woorden.

“Alles komt altijd goed.”

Tja. Het moest dan maar.

deuitgang.jpg

Eieren vóór Pasen

Vroeger, lang nadat ik er de leeftijd voor had, had ik een Game Boy. Color. Én een spelletje: “Chicken Run”. Als leading kip moest ik een spoor van zaadjes droppen, waarmee ik de andere kippen richting uitgang lokte. Pas als elke kip verdwenen was, kon ik er zelf achteraan. Zo kwamen we allemaal samen -level na level- dichter en dichter bij de poort naar de vrijheid. Dwaas spel. Uuuren gespeeld.

Onlangs zat ik thee te drinken met een vriendin, terwijl om ons heen van ontbijtgranen en eitjes werd gesmuld. Ik vertelde haar over een toekomstig project, iets met studiekeuzehulp bij laatstegraadsstudenten. Zij vroeg me of ik ooit van “coretalents” had gehoord, een methode waarbij men uitgaat van wat 100% “jou” is. Dat wat diep in jou zit en je -voor je eigen goed- af en toe naar buiten moet brengen. Jouw eieren.

Eieren. Hmm. Zo heb ik er wel wat. Zo van die dingen die er soms, tegen wil en dank, uit dreigen te floepen. Woordmopjes, om maar iets te noemen. Zo van die dingen waarvan je denkt dat geen kat er iets aan heeft. Niets vernieuwends, niets waar je de wereld beter mee maakt. Wat doe je daar dan mee? Niets. Ah nee. Want Dingen moeten Betekenis hebben. Dus heb ik jaren stilgestaan. Knauwend op Mijn Hogere Doel. Eerst een strategie, dán aanvallen. Eerst mijn ei ontdekken. Dat ei waarmee ik naar buiten kon komen. Dat ene ei dat de moeite van het uitbroeden waard was. Want ik ging ervan uit dat je eieren uit moet broeden. Altijd. Er lang op gaan zitten, er veel aandacht aan schenken. Totdat er een machtig schepsel uit ontstaat. Iets wezenlijk waarmee je de wereld verandert. Dát ei, dat moest ik leggen. Dat ding waarvoor ik geschapen was.

Ik heb lang in mijn hoofd geleefd. Maar terwijl ik mijn hersens zat te breken op dat Ene Grote Ding, barstte mijn buik van de eieren. Ik kon niet anders, ze floepten eruit. Woordmopjes, schrijfsels, reclamewerk,…. Mijn dagen vulden zich gulzig totdat ze overliepen. En dat doen ze nog steeds. Maar ik ben lichter. Mijn buikpijn is weg en mijn hoofd ontploft niet meer. Ik doe maar wat en vind het leuk. En het mafste is: met mijn hoofd op snooze komen mijn dromen dichterbij. De wereld die ik mezelf wens, wordt helderder met elke dag. Mijn doel ontvouwt zich met de uren.

Vroeger, lang voordat ik er de leeftijd voor had, probeerde ik mijn pad te zien. Waar ik toen de weg zocht alvorens stappen te durven zetten, loop ik nu het wilde weg in. Met een spoor van eitjes als graankorrels achter me aan. Wie míj wil hebben, die vindt me zo. Dat merk ik elke dag. Level na level. Op weg naar de laatste poort.

Dus. Zit je met een ei? Leg het. De wereld heeft er nood aan.

’t Is bijna Pasen.

eierenvoorpasen