Liefde uit blik

ik gaf je graag mijn ogen
dat jij kon zien
wat ik zag
mijn kleuren, mijn vormen
en ook misschien
mijn normen
maar bovenal
en goed omlijnd
jouw lach

mijnogen

 

 

Advertenties

De blues van oma

De blouse van oma is blauw. Daarom is het een blue-se. Ze mag geen andere kleuren want dan klopt het woord niet meer. Een roze blouse zou een “rose” worden, maar dat is al het woord voor een bloem. En een bloem is geen blouse.

Mijn oma is een gekke vrouw. Ze denkt in hokjes. Als er koekjes op tafel staan mag je een koekje maar als de koekjes in de kast staan mag je geen koekje. Soms neemt ze de koekendoos uit de kast terwijl ze vraagt of ik een koekje wil. Dan ren ik naar haar toe om een koekje uit de doos te grissen, maar dan kijkt ze me heel boos aan, geeft een tik op mijn vinger en loopt door naar de tafel. Pas als de doos op tafel staat, mag je een koekje nemen.

Soms komt oma bij ons thuis. Dan vraag ik of zij een koekje wil. En dan zet ik expres de koekendoos niet op tafel, maar hou ik hem in mijn hand. Ik breng hem zelfs helemaal tot vlak onder haar neus zodat ze zeker zou ruiken hoe lekker de koekjes zijn en ze niet anders kan dan er eentje te nemen. Maar nee. Dan kijkt ze heel bezorgd van de koekjes naar de tafel terwijl ik met de doos onder haar neus blijf vragen of ze een koekje wil en zij gekweld van ja blijft knikken. Want natuurlijk wil ze een koekje. Niemand wil zo graag koekjes als kinderen en oma’s. Ik begrijp maar al te goed hoe hard ze wil. En net daarom is het grappig. Mama vindt het niet grappig. Zij neemt de doos uit mijn handen, zet ‘m op tafel en verlost oma uit haar lijden.

Ik heb oma wel eens gevraagd of ze denkt dat koekjes in de kast of in je hand of in de winkel giftig zijn maar toen antwoordde ze met een lege blik.

Oma is een beetje raar. Ze draagt een blauwe blouse. Elke dag opnieuw. Ze heeft de blauwe blousenziekte. Zo heb ik het genoemd. Die lieve gekke koekjesoma. Het is niet makkelijk voor haar. Ze loopt vaak te zuchten. Te denken. Soms zelfs te huilen. Ze vindt de wereld “vol”, zegt ze. “Vol en veel”. Ze doet heel erg haar best om de wereld wat minder te maken. Dat ziet ze als haar taak. Enkel blauwe blouses. Enkel koekjes als ze op de tafel staan. Enkel worteltjes als er ook erwtjes bij zijn. Enkel post lezen op dinsdag en donderdag. Ze maakt het leven minder. Minder vol. En heel erg ingewikkeld. Als ik bij oma ben, wil ik alleen maar een koekje. Van koekjes word ik rustig. Oma ook. Zolang ze maar op tafel staan.

Mijn oma heeft de blouse. En later, als ik groot ben, ga ik er een liedje over schrijven. De blauwe blouse. De blouse van oma.

debluesvanoma

Kraakvers

Klein lieverikje,

Daar ben je dan. Ze hadden wel honderd zaadjes geplant, uiteindelijk werd jij geoogst. Ik vraag me af waar je vandaan komt, en wat je er gezien hebt. Ik vraag me af waar je naartoe gaat, en wat je ons zal tonen. Ons. Wij. We zijn met zovelen. We willen allemaal van je houden. We willen je allemaal voeden, zonder te weten welke aarde het meest voedzaam voor je is. In gedachten plukken we je vruchten al, zonder te weten tot welke boom je zal groeien. Als een groene vlakte liggen de dagen voor je uit.  En toch ben je al geschreven.

Want we weten nog zo weinig, maar we hebben veel ideeën, en handen om je mee te vormen. Ik beloof je dat ik mijn best zal doen om niets op je lijf te schrijven. Ik zal de potloodlijntjes proberen te lezen die nu al op je huid gekribbeld staan. Ik zal er alles aan doen om ze niet onderhuids weg te stoppen. Samen met jou zal ik mijn uiterste best doen om dat potlood in de verf te zetten. Zo duidelijk dat niemand er nog naast kan kijken. Ik sta te popelen om je te zien. Zien wat je te tonen hebt, horen wat je te zeggen hebt. Zonder te denken dat ik het allemaal beter weet, met mijn volwassenenervaring. Ik zal daar niet altijd in slagen, en ik vraag je daar nu al een beetje vergeving voor. Ik heb zelf nog zo veel te leren, kleine man. Stiekem ben ik ook heel klein. Alleen een beetje groot verpakt.

Ik hoop dat ik de moed vind om je te leren dat deugnieterij geen kwaad kan en dat je best wel eens buiten de lijntjes mag kleuren, af en toe. Of kakmadam naar de slager mag roepen. Maar wat ik je vooral ook op het hart wil drukken, nu al ja, is dat je mama en papa ook twee mensen zijn. Twee kleine mensjes, groot verpakt. Dat ze evenveel recht hebben om te bestaan en om het beste uit hun leven te halen als jij en ik. Dat jij het -meer dan wie ook- in je hebt om massa’s kleur aan hun leven te geven, maar dat het niet jouw verantwoordelijkheid is om hun leven in te kleuren. Dat moeten ze zelf. Dat moeten we allemaal voor onszelf.

Dus, lieve kerel, volg vooral je eigen weg. Want kijk: we zijn met zovelen. We willen allemaal van je houden. Je zal eten wat we je voorschotelen, dagelijks uit je brooddoos. En op een dag zal je zijn wat wij van jou gemaakt hebben. En ook niet, lief kleintje. Je zal meer zijn dan wat wij denken, en tegelijk ook minder. Volgepropt, maar leger dan wat we hadden gedacht. Er zal nog massa’s ruimte zijn. En daar, daar waar niemand je geschreven heeft, zal jij je eigen verhaal doorlopen. Je zal je huid afleggen. Je geschiedenis gladstrijken totdat ze enkel nog een tapijt is waar je je voeten aan veegt voor je je huis verlaat. En in dat woordeloos bestaan zal je de letters zoeken om je eigen naam te schrijven.

Ik ben benieuwd hoe je zal heten.

dag-kleine-man