Wij.

Net als de tijd
haar tikken nooit stopt
zegt m’n hart me tel-kens weer
dat het klopt
dat het klopt.

dathetklopt

Advertenties

Nooit alleen maar zwart of wit.

Ik stap onder de douche, net thuis na een intense dag familieopstellingen. Ik denk na over de woorden die ik vandaag heb meegekregen. Over de raad me te verdiepen in de  MIR-methode, en meerbepaald stap 3.

Over een uur zullen mijn lief en ik restaurant De Rosenobel binnenlopen. Een vrouw zal naar ons toekomen, ons vriendelijk gedag zeggen. Haar blik zal van mijn ogen tot op mijn schouders glijden. Daar zal hij even blijven hangen. “Die sjaal…”, zal ze zeggen, en dan even stokken. “Mijn moeder haakte vroeger van die sjaals!” Ze zal haar armen uitsteken. Met beide handen voorzichtig het gehaakte kledingstuk strelen, het karakteristieke patroon nauwkeurig in zich opnemend. “Goh.” Dan zal het even stil zijn. Haar blik vol gedachten. “Zou dat nu kunnen dat… Amai, da’s raar. Heb je die…” “…in een tweedehandswinkel gekocht”, zal ik haar aanvullen. “In Brussel, wel.” “In Brussel. Ja.” Ze zal verzuchtend knikken. Tranen doorslikken.

Ik kom uit de douche, kleed me aan. Doe de deur achter me dicht, stap op mijn fiets.

Dat het niet de bedoeling was geweest, zal de vrouw nog zeggen. Dat haar moeder vijf jaar geleden is gestorven. Dat het zo’n bijzondere vrouw geweest was. Dat ze twee van haar sjaals altijd bij heeft gehouden. Zwarte. Dat de witte bij de opruim verkeerdelijk terecht moet zijn gekomen, bij de weg-te-geven-spullen. “Oei…,” zal ik zeggen, met een schuldige blik.  “Nee nee,” zal ze me invallen, “hij is van jou nu. En da’s goed.”

Ik kom aan bij het restaurant, iets te vroeg. Zet me op de stoep, wachtend op mijn lief. Denk nog eens na over de woorden die ik vandaag heb meegekregen. Over de MIR-methode, en meebepaald stap 3: loskoppelen van de moeder. Loskoppelen van de moeder.

Mijn lief parkeert z’n fiets, loopt naar me toe. Samen stappen we het restaurant binnen. Een vrouw komt naar ons toe, zegt ons vriendelijk gedag. Over tien minuten zal ze ons een fles bruiswater brengen. Samen met vijf woorden.

“Koester ze maar, je moeder.”

23336531_10155791204573766_1798027767_o

Tot ik zwart zie.

xxxxxxxxxxDat ik boos ben, en bang.
xxxxxxxxxxDat ik verdomme niets meer weet.
xxxxxxxxxxDat ik klein ben, maar ook groot.
xxxxxxxxxxDat je zaagt.
xxxxxxxxxxDat ik vrij wil.
xxxxxxxxxxDat het gras niet groener wordt en
xxxxxxxxxxdat morgen niet bestaat.

Ik wil roepen. Tot ik zwart zie. Tot mijn lijf scheurt, mijn hoofd breekt. Roepen tot de nacht in sterren uit elkaar spat. Ik wil elke alinea uit mijn vel doen springen. Elk woord naar buiten braken. Elke letter doen ontsnappen langs de poort van mijn keel. Schreeuwen en brullen, dwars door alles heen.

xxxxxxxxxxDat jij niet ziet
xxxxxxxxxxwie ik kan zijn.
xxxxxxxxxxDat je door muren heen mag breken
xxxxxxxxxxmaar niet voorbij mijn grens.
xxxxxxxxxxDat samen alles beter gaat.
xxxxxxxxxxDat ik het niet voor jou kan doen.
xxxxxxxxxxDat ik de allerbeste ben
xxxxxxxxxxen jij gewoon een zwijn
xxxxxxxxxxkonijn
xxxxxxxxxxolifant
xxxxxxxxxxpipi.

Ik roep niet. Want van elk kwaad woord, heb ik al spijt voor ik het denk. Mijn hoofd is sneller dan mijn buik. Mijn godverdomse hoofd weet altijd alles beter. Dat jij mijn prooi niet bent –blabla. Mijn kogels niet voor jou zijn. Dat het de pijn is die ik doden moet. De diepste, oude pijn van ongezien te zijn.

En toch wil ik verdomme ROEPEN. Roepen tot ik zwart zie. Mijn lijf scheurt, mijn hoofd breekt. Schreeuwen en brullen, dwars door alles heen. Luide tonen, harde tonen. Tonen dat ook ik besta. En ook

xxxxxxxxxxdat jij de beste bent
xxxxxxxxxxen ik gewoon een zwijn
xxxxxxxxxxkonijn
xxxxxxxxxxolifant
xxxxxxxxxxpipi

hihi.

ROEPEN

Lied voor morgen

als ik het wist
ik schonk je zo
datgene wat je wou

een oud verhaal
een koek
een kooi een vlinderdas
een schone lei een kast-op-maat
een leeuw of toch
een prooi

als ik het wist
ik schonk je zo
precies dat wat je wou

een rode draad een lied
voor morgen vruchtensap
een heden
een laars met plas een vrije dag met
honderd uren
gras van bij de buren
een vlag een trap een pa die praat
een reden

als ik het wist
ik schonk je zo
alles wat je wou

(en maakte onderweg
-na avondzoen, voor dauw-
vrijwel onopgemerkt
mezelf tot je
vrouw)
alsikhetwistzwartwit