waakvlam

roos gordijn

zeg mij: hoe kan ik rusten
als zelfs jouw slaap mij wakker houdt
hoe sluit ik ooit mijn ogen
als jij je dromend openvouwt
.
.je blik achter een roos gordijn
je lijf als van een pop
zo eis jij zelfs bewusteloos
elk zintuig van me op

Advertenties

Mijn huis (kakafonie in OND-majeur)

kom.

ik zag wel dat je klaarstond
welnu:
treed binnen
op mijn voorgrond
de deur is open
ga je gang
en ook de keuken en de
hal

ga door
ga door
ga door

de trap is een val
maar in plaats van op de grond
val liever boven bij het bed
los door mijn vals
plafond

eet woest je lichaam rond
pluk kruiden van mijn mond
begeef je schaamte-, tomeloos
op mijn verboden grond
en zet je zonder tijdsbesef
waar eerst de ochtendstond

ga door
ga door
ga door

ga door wanneer je moet.

maar scheur
voor je dat doet
het behang van mijn front
maak iets in mezelf
gelijk met de grond
en ontbloot dat wat ik zelf
hier in mijn eigen huis
nog nooit tevoren

vond.

img_20140324_0001

Broos

wil jij mijn wereld
op je schouders dragen?
ik zal de ochtend voor je plukken
de middag op je tong leggen
de avond in je schoot te slapen

en morgen zal ik lopen
op de tippen van jouw tenen
met mijn handen in jouw haar zitten
mezelf je hand reiken
om op mijn hart te leggen
en zingen
uit jouw volle borst

jij en ik
da’s niet van toeval
wel van porselein
dus tot ik kraak en
tot ik breek
plooi ik mezelf tot jou

want in je hart
pas ik het best
in stukjes

unnamed

 

Poëzieportret van een (anonieme) dichter

Of ik met mijn pen de tijd kan stillen
s s s s s s
of a en zet naast elkaar kunnen bestaan
of toch hetzelfde zijn in wezen
of ik in wezen uit mijn hoofd kan
naast mezelf kan leven
boven mezelf uit kan stijgen
hoger en hoger
tot zij massaal hun hoofden tillen
want ik: te groot voor woorden

als zelfs ik, te groot voor woorden,
niet meer bij mezelf kan
als ik zo groot, zo klein zal zijn
mijn pen te zwaar zal zijn
als ik

weerloos
ben ik
en dat dat mijn redding moge zijn

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

(Foto: Parijs 2011)

Liefste

(Voor Marjolein en Bert – 16 juli 2016)

Ik zou je liefste willen noemen.
Mag ik je liefste noemen?
Je mag blijven waar je bent, je hoeft niet hier.
Je hoeft niet met mij de dagen te tellen.
Ik wil gerust alleen zijn.
Met de gedachte aan jou kan ik allener zijn dan ooit.
Maar laat me je liefste noemen.
Ik zal je doen vergeten hoe je heet.
Ik zal je naam het zwijgen opleggen zodat je niemand hoeft te zijn.
Jij mag alles zijn.
Maar weet wel: je bent gelabeld voor het leven.
Het staat in je blik, in de ruimte tussen je ogen en de wereld.
“Liefste”, staat er.
Het is mijn handschrift.
Dus ja. Doe wat je moet en ga waar je gaat.
Voor jou kan ik allener zijn dan ooit.
Mezelver zijn dan ooit.
Mét jou kan ik meer samen zijn dan ooit.
Jij en ik. Onszelf.
Je moet met twee zijn om onszelf te zijn.
Dus ja. Wees wie je wil en blijf waar je bent.
En toe
laat me je liefste noemen.

laatme

Dorst

dorst2
mijn lijf een slagveld van verlangen
behangen
met jouw speekselsap
al klinkt dat vuil voor iets wat pruttelt
van belofte
(en rap)

als wij niet klinken – wat we doen
dan botsen we
kaatsend met de echo mee
lijf op lijf zoen om zoen
zee na zee

tot ik
bont en blauw
met lauwe mond
gehavend, thuis
je nog meer wil
nog wilder van je hou